OW-plan
Plan voor de afweer tegen de zee in, en de maritieme toegankelijkheid van Oostende (OW-plan): een totaalplan voor Oostende.
In Oostende staat voorop dat de stad beschermd moet worden tegen een zeer zware storm met een statistische retourperiode van 1.000 jaar. Elke winter bestaat de kans dat deze storm zich voordoet. Elke Oostendenaar die 75 jaar oud wordt, heeft ongeveer een kans van 1 op 13 om in zijn leven een dergelijke zware storm mee te maken. Maar dat is niet de enige bekommernis. De haven van Oostende moet toegankelijk worden voor schepen met een lengte tot 200 meter. Daarenboven moet aan de natuur en de recreatie de nodige aandacht worden geschonken.
Al deze doelstellingen worden op een geïntegreerde wijze aangepakt.
Om de zeewering voor Oostende-Centrum op het niveau van een 1000-jarige storm te brengen, wordt een groot strand aangelegd. Bij storm breken de grote golven op dit strand in plaats van met volle kracht op de zeedijk in te beuken en grote hoeveelheden zeewater over de dijk op de binnenstad los te laten. Het groot strand noemt men het groeistrand.
Een langdurige vergunningsprocedure en de hoge nood om onmiddellijk het veiligheidsniveau tegen overstroming te verhogen, mondden in 2004 uit op het advies van waterbouwkundige experten om een Noodstrand aan te leggen. Oorspronkelijk was Oostende-Centrum beschermd tegen de gevolgen van een 25-jarige storm.
De aanleg van het Noodstrand heeft het beschermniveau verhoogd naar een 100-jarige storm. Omdat dit slechts een tijdelijke maatregel is, in afwachting van de realisatie van het groeistrand, en er nog geen beschermingsdam is om dit strand stabiel te houden, moest het noodstrand in 2005 en 2007 een onderhoudsbeurt te krijgen. Bij deze onderhoudswerken werd opnieuw zand boven de laagwaterlijn aangebracht, zodat het veiligheidsniveau tegen een 100-jarige storm voor elk stormseizoen verzekerd bleef. Het zand dat door de voorbije stormen van het hoger strand werd losgemaakt, is onder de laagwaterlijn afgezet, in de zone waar het toekomstige strand wordt aangelegd.
Omdat het groeistrand het volume water dat over de dijk gaat bij een 1000-jarige storm tot 0 à 1 liter per seconde en per strekkende meter zeedijk herleidt, worden op de dijk het huidige stormmuurtje en het stormriool overbodig.
Dat fenomeen en de ondermaatse toestand van de zeedijkbekleding gaven aanleiding tot een bijkomend projectonderdeel waarbij men de Albert-I-promenade voor Oostende-Centrum zal renoveren. Meteen voorziet de Stad Oostende op de dijk de aanleg van een ondergrondse parkeergarage.
Een belangrijk onderdeel van het OW-plan is de bouw van twee nieuwe havendammen. Dit deelproject valt onder de bevoegdheid van de afdeling Maritieme Toegang en vindt zijn oorsprong in het project voor verbetering van de haventoegang. De havendammen komen aan weerszijden van de havengeul. De geul zelf krijg een meer noordelijke oriëntatie krijgt, ongeveer loodrecht op de kust. De havengeul wordt ook dieper dan de oude geul om de toegang voor grotere schepen mogelijk te maken.
De havendammen bieden het scheepvaartverkeer een meer rustig stroom- en golfklimaat. Ze verhinderen het binnendringen van de golven in de haven, wat het lossen en laden van schepen te goede komt. Tot slot beperken ze het risico op overstroming via de haven.
Rond de haven zelf moet men nog bijkomende maatregelen tegen overstroming voorzien. Het veiligheidsniveau moet er op een aanvaardbaar peil worden gebracht voor een bescherming tegen een 1.000-jarige storm.
Het landwaartse gedeelte van de westelijke dam (+/- 400 m) geeft stabiliteit aan het groeistrand. Deze beschermingsdam, samen met een opvangdam onder water, verhindert de verplaatsing van het zand door de stroming (van Frankrijk naar Nederland) naar de vaargeul toe. Hierdoor is een groot onderhoud van het groeistrand gemiddeld slechts 1 keer in 10 jaar noodzakelijk, tenzij er zich een extreem zware storm voordoet.
De oostelijke havendam zal op een ecologische manier worden ingericht met een natuurlijke overgang die aansluit op het natuurgebied aan het Fort Napoleon. Op de dam komt een wandelpad. Platformen voor vissers en voorzieningen voor surfers en zeilers zullen een belangrijke recreatieve meerwaarde geven. Deze ecologische en recreatieve maatregelen binnen het project van de zeewering en de maritieme toegankelijkheid kaderen in het geïntegreerd kustzonebeheer en maken een aantal milderende maatregelen uit voor de milieueffecten van het totaalproject.
Voor het hele project is een milieueffectenrapport (MER) opgesteld, dat in juni 2007 werd goedgekeurd. Het rapport kwam tot de conclusie dat het alternatief met aanzet van de westelijke dam ter hoogte van het Zeeheldenplein beter scoort voor alle milieueffecten samen, mits bij de verdere uitwerking rekening wordt gehouden met de schuine variant van de westelijke dam.
Als verdere uitwerking moet men een project-MER opstellen voor de deelprojecten ‘Zeewering’, ‘Oosteroever’ en de ‘Verbetering van de haventoegang’. Al deze deelprojecten zijn aan de zeezijde gelegen.
Uit het milieueffectenrapport en de passende beoordeling blijkt dat natuurcompensatie voor het project in Oostende noodzakelijk is.
De natuurcompenserende maatregelen worden gerealiseerd met een natuurontwikkelingsproject in Nieuwpoort op het strand aan de Oosteroever van de haven.
Enkele onderdelen van het deelproject ‘Verbetering van de haventoegang’ kregen ontheffing van de MER-plicht. Deze onderdelen zijn de afbraak van het Oosterstaketsel en de oostelijke lage havendam, de bouw van een eerste deel van de nieuwe oostelijke havendam en de aanleg van de nieuwe vaargeul. Deze projecten samen kregen de naam ‘Versnelde verbetering van de haventoegang’. De werken zijn in mei 2007 gestart.



